Bemiddeling in Tunesië

Sonia Ayed – Ik ben geboren in Tunesië en heb tegelijk de Tunesische en Belgische nationaliteit. Ik bracht in mijn jeugd enkele jaren door in Europa maar ben in Tunesië opgegroeid en leef daar sindsdien.

In 1999 behaalde ik een Master in Marketing aan het Hoger Instituut voor Management in Tunis. Zo belandde ik snel in de beroepswereld bij bedrijven waar ik managementfuncties bekleedde.

5 jaar later lanceerde ik een eigen zaak met de oprichting van een reisbureau waarvan ik tot op de dag van vandaag nog steeds de zaakvoerster ben.

Dankzij de uitbreiding van mijn zaak en het werk dat ik verrichtte voor het beheer van de noodrepatriëring van duizenden Filippino’s naar Libië, bood de Filippijnse regering mij Ereconsul-Generaal van de Republiek der Filippijnen in Tunesië te worden. Ik bekleed deze functie sinds 2013.

Het jaar daarop werd ik door professionals uit de toeristische sector gekozen om deel uit te maken van het uitvoerend comité van de Federatie van Reis- en Toerismebureaus (FTAV), als vicevoorzitster belast met internationale betrekkingen en handelsbeurzen, een mandaat dat ik tot op heden vervul.

Tijdens al deze activiteiten ging ik me boeien voor menselijke relaties, dialoog, onderhandelingen en conflictbeheer in het bijzonder.

Naast mijn beroepsactiviteiten schreef ik me dus in voor een tweejarige opleiding in Neurolinguistic Programming (NLP) om het niveau van Coach en Bemiddelaar in Burgerlijke en Commerciële Zaken te bereiken.

Dankzij deze troeven doceer ik in Tunesië aan het Instituut voor Hogere Commerciële Studies van Carthago (IHEC), aan studenten in het tweede jaar van de Professional Master in Tourism Management.

Médiatrice en affaires civiles et commerciales

Houda Cherif – Ik ben eigenlijk van opleiding leraar Engelse taal, literatuur en beschaving. Daarna ben ik me gaan specialiseren in vroege kinderjaren en artistieke bemiddeling. Na lange verblijven in Tokio, Dubai en Londen keerde ik met mijn familie terug naar Tunesië. Dat gebeurde kort voor de Revolutie. Ik werd onmiddellijk betrokken bij het politieke leven als medestichtster van een partij waar ik in eerste instantie verantwoordelijk was voor de publieke en mediarelaties, voordat ik het zware maar opwindende vraagstuk van de overgangsjustitie op me nam. Later stapte ik terug naar het maatschappelijk middenveld als mede-oprichtster van de Connecting Group, een vereniging die zich richt op de ontwikkeling van vaardigheden en de promotie van vrouwelijke leiders. Ik maakte ook deel uit van de eerste klas van de Politieke School van Tunis en volgde verscheidene opleidingen in leiderschap en communicatie.

Wegens mijn voorliefde voor communicatie heb ik altijd geprobeerd om mensen met elkaar te verbinden, hoe verschillend ze ook zijn. Als gevolg daarvan treed ik ook als adviseur op in crisissituaties. Dit was het geval wanneer ik aan politiek deed: ik werd gevraagd om het Comité van Wijzen voor te zitten omdat er een ernstig conflict was ontstaan tussen de verschillende stromingen binnen de partij. Dit gebeurde in 2013. Ik had geen opleiding in bemiddeling en het werd een mislukking. Mijn kennismaking met bemiddeling, vreemd genoeg in datzelfde jaar, nam hierdoor een magische dimensie aan. Ik wilde meteen meer over het onderwerp leren en mijn kennis verdiepen om deze activiteit serieus te beoefenen. Tijdens de vorige parlementslegislatuur was ik, als adviseur van de Voorzitter, belast met communicatie en het maatschappelijk middenveld. Vandaag werk ik met de Duitse Samenwerking aan een project voor een netwerk van Tunesische vrouwelijke hogere kaderleden in de overheidssector.

Bemiddeling in Tunesië: een stand van zaken

Verschillende internationale organisaties die in Tunesië aanwezig zijn, pleiten voor deze nieuwe en alternatieve vorm van conflictoplossing. Zij organiseren trainingen om de deelnemers bewust te maken van de noodzaak om allerlei soorten geschillen te voorkomen of te beslechten.

Let wel: de opleiding die in Tunesië wordt gegeven richt zich uitsluitend tot juristen. We hebben slechts een handvol niet-juristen, die in het buitenland werden opgeleid.

Er wordt gesleuteld aan een wetsvoorstel, dat echter nog niet is voorgelegd aan de Volksvertegenwoordigers. Ons land ondergaat momenteel een politieke overgang. Na het overlijden van onze president werden er in oktober nieuwe presidents- en parlementsverkiezingen gehouden. We kijken dan ook uit naar de vorming van een nieuwe regering, waaraan dit project zal worden voorgelegd.

De bemiddeling in de Tunesische wetgeving

Tunesië beschikt nog steeds niet over een specifiek wetgevend kader voor alternatieve geschillenbeslechting, met uitzondering van arbitrage, die wordt geregeld bij wet nr. 42 van 26 april 1993.

Verscheidene wetteksten die betrekking hebben op specifieke gebieden als het arbeidsrecht, de regelgeving op het gebied van overheidsopdrachten en de bescherming van kinderen, verwijzen naar alternatieve geschillenbeslechting.

Bij de inventaris van de geldende regelgeving wat betreft alternatieve beslechting van geschillen of conflicten (MARD – Modes Alternatifs de Résolution des Différends, of MARC – Modes Alternatifs de Résolution des Conflits), stellen we vast dat er verwarring heerst in de definities van de verschillende methoden, in het bijzonder tussen bemiddeling, transactie en verzoening. Het beste voorbeeld hiervan is de bankbemiddeling, die wordt geregeld door de wet 2006-0019 van 2 mei 2006. Volgens artikel 31 van deze wet “moet elke kredietinstelling een of meer bemiddelaars aanwijzen die belast zijn met het onderzoek van de aanvragen die haar cliënten bij haar indienen en die betrekking hebben op hun geschillen. (…) De bankbemiddelaar stelt passende bemiddelingsoplossingen voor binnen een termijn van maximaal twee maanden na de datum van verwijzing.” In dit wetsartikel is het duidelijk dat het principe van bemiddeling op basis van de neutraliteit, onafhankelijkheid en

onpartijdigheid van de bemiddelaar niet in aanmerking komt. De bemiddelaar wordt aangesteld door de bankinstelling die, in tegenstelling tot het principe van vrijwilligheid, wettelijk verplicht is een beroep te doen op bemiddeling. Diezelfde aanwijzing door de bankinstelling – een partij bij het conflict – tast rechtstreeks het vertrouwensbeginsel aan, dat zeer belangrijk is voor het goede verloop van de bemiddeling, en verzwakt en ondermijnt bijgevolg de geloofwaardigheid van de bemiddeling.

Afhankelijk van het domein varieert het gebruik van MARD’s in de Tunesische wet- en regelgeving tussen facultatief en verplicht, zowel voor de partijen als voor de bevoegde gerechtelijke, quasi gerechtelijke of administratieve overheden.

Het wetboek van verplichtingen en contracten, afgekondigd op 5 december 1906, dat betrekking heeft op transacties, is de oudste tekst in Tunesië die MARD’s bespreekt.

In artikel 1458 van dit wetboek staat namelijk: “De transactie is een overeenkomst waarbij de partijen een geschil beëindigen of voorkomen door afstand te doen van een deel van hun wederzijdse vorderingen of door de overdracht van een waarde of recht aan de andere partij”.

In de administratieve sector geeft de instelling van de bij decreet nr. 1992-2143 van 10 december 1992 bepaalde “administratieve bemiddelaar”, deze persoon de voorrechten om in te grijpen in conflicten tussen de burger en de administratie. Dit is bedoeld om de beslechting van alle vormen van geschillen te vergemakkelijken dankzij snellere en meer gestroomlijnde procedures. Bepaalde beperkingen van deze voorrechten verminderen echter de tussenkomst van de bemiddelaar in conflicten tussen de administratie en haar agenten, geschillen tussen particulieren en geschillen die onder de bevoegdheid van de rechtbanken vallen.

In de verzekeringssector spreekt de Tunesische wetgeving over minnelijke schikkingsprocedures. De artikelen 148-171 van wet nr. 86 van 15 augustus 2005 stellen de procedures vast voor de vergoeding van schade aan personen bij verkeersongevallen.

Ook in het geval van arbeidsongevallen moet een minnelijke schikkingsprocedure worden ingesteld (wet van 21 februari 1994, artikel 72) vooraleer de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de bevoegde rechtbank.

Er is eveneens op het gebied van postactiviteiten, concurrentie en prijzen sprake van een buitengerechtelijke schikking.

In de sector van het ondernemerschap voorziet de wet van 17 april 1995 in een procedure van minnelijke schikking en in de mogelijkheid dat de rechter een bemiddelaar aanwijst om de partijen in het conflict tot een minnelijke schikking te brengen.

In handelszaken voorziet wet nr. 43 van 2 mei 1985 in de mogelijkheid van een poging tot verzoening die door de kamervoorzitter wordt opgelegd in geval van een geschil.

Ook in arbeidsrechtbanken is een bemiddeling verplicht voordat er een beslissing wordt genomen.

Op het gebied van het familierecht (geregeld door het Tunesisch wetboek van de persoonlijke status van 1956) en in het geval van een echtscheidingsprocedure vereist de wet tot maximaal drie verzoeningszittingen, afhankelijk van de beslissing van de rechter. In de meeste gevallen treedt de familierechter op als gezinsbemiddelaar en probeert hij de echtgenoten te helpen een oplossing voor hun geschil te vinden, met als doel hen te

verzoenen. Hier dient gezegd dat familierechters niet noodzakelijkerwijs zijn opgeleid in MARD-technieken en dat elke hoorzitting niet steeds door dezelfde rechter wordt voorgezeten, wat de coherentie en de continuïteit van de procedure in het gedrang kan brengen.

In familiezaken leunen meerdere teksten aan bij de geest van de bemiddeling. De tekst over de familiebemiddelaar is hier een voorbeeld van.

Op strafrechtelijk gebied – en meer in het bijzonder met betrekking tot door minderjarigen gepleegde strafbare feiten – vereist het wetboek van kinderbescherming van 9 november 1995 een “bemiddeling”, die gericht is op een transactie en een verzoening tussen beide partijen, om strafrechtelijke vervolging te vermijden.

De transactie of minnelijke schikking is ook te vinden in het douanewetboek, in het consumentenrecht, in belastingzaken, in het wetboek van telecommunicatie, in het wetboek van bosbouw, in de procedures voor de registratie en het verzet tegen de registratie van merken, handels- en dienstmerken en in de bepalingen van artikel 45 van de wet op de overgangsjustitie nr. 53-2013 van 24 december 2013.

Hoewel bemiddeling niet wordt erkend door een wet die eraan gewijd is, bestaat de geest ervan op allerlei gebieden en in verschillende Tunesische wetten. Toch is de promotie van deze techniek en de bewustwording van zowel gebruikers als professionals nog steeds nodig. De opleiding van de verschillende actoren in de specifieke technieken van deze praktijk is uiteraard meer dan noodzakelijk.

Verscheidene colloquia werden aan dit onderwerp gewijd, met een tamelijk academische invalshoek. Hierbij is het de bedoeling om studenten in de rechten vertrouwd te maken met deze methoden en deze alternatieve vormen van conflictoplossing, die vandaag in de westerse landen zeer in zwang zijn, onder de aandacht te brengen. Dit blijft echter ontoereikend. Deze methoden zullen weinig worden toegepast als hiervoor geen kaderwet wordt ontwikkeld. Ook is het nodig om zowel gebruikers als professionals te overtuigen van het belang van deze nieuwe methoden, die overlast in rechtbanken beperken en bovendien sneller en vaak minder duur zijn dan een gerechtelijke procedure.

In het kader van het door de Europese Unie in Tunesië geïnitieerde steunprogramma voor de hervorming van Justitie (Programme d’Appui à la Réforme de la Justice – PARJ) zijn verschillende beroepsjuristen – namelijk advocaten, rechters en gerechtsdeurwaarders-notarissen – vertrouwd gemaakt met de basisbeginselen van de bemiddeling, met als doel hen ertoe aan te zetten zelf deze praktijk te gaan gebruiken.

Er wordt momenteel een wetsvoorstel voorbereid. Dit project gaf aanleiding tot meerdere werksessies tussen het Centre d’Études Juridiques et Judiciaires en actoren die de bemiddeling in Tunesië promoten.

Een nieuw parlement werd amper een maand geleden in het leven geroepen. Wij hopen van harte dat de integratie van de bemiddeling in het Tunesische rechtssysteem, dankzij dit wetsvoorstel, een van de vooraanstaande resultaten van deze legislatuur wordt.