Mooi initiatief aan de Ondernemingsrechtbank Gent, Afdeling Gent

Sedert enige tijd voert Voorzitter Ann De Braekeleer van de schikkingskamer van deze Rechtbank, voor geselecteerde zaken een interessante behandelingsmodus die gericht is op het sensibiliseren van rechtzoekenden voor alternatieve oplossingen, en bemiddeling in het bijzonder. 

Die zaken waarin een alternatieve oplossing plausibel lijkt, worden op de inleidingszitting uitgesteld, en vervolgens worden partijen, samen met hun raadslieden, door de Voorzitter aangeschreven. 

Zowel toon als inhoud van het schrijven zijn verfrissend: daar waar briefwisseling vanwege een rechtbank in regel strikt formeel-juridisch pleegt te zijn, wordt hier op een empathische, en vermenselijkte manier uitgelegd wat bemiddeling is, en wat de voordelen ervan zijn. 

In wezen deelt de Voorzitter op een bevattelijke manier met de rechtzoekenden haar eigen overtuiging; en die is dat partijen in de zaak die hen aanbelangt a priori bekwamer zijn dan een rechter om tot een bevredigende oplossing te komen. Dat is niet enkel bijzonder valoriserend voor diezelfde partijen, maar het kan ook tellen als positieve verwijzing vanwege diegene die de autoriteit over de zaak heeft!

In één beweging worden ook een aantal F.A.Q.’s geadresseerd, zoals de rol van de advocaat, wat de kosten zijn, of zo een bemiddeling verplicht is, enz…

De brief sluit af met een uitnodiging tot een persoonlijke verschijning “om samen met de rechtbank na te gaan of een minnelijke oplossing van uw conflict mogelijk is”, en verzoekt ook om, indien men niet op de uitnodiging wenst in te gaan, te laten weten waarom. 

Het opgezette dispositief is een nieuwe illustratie van de gestage paradigmaverschuiving, waarvan  we in ons land, net zoals elders, getuige zijn.  

Nu steeds meer – zoals in dit voorbeeld – uitgesproken door leden van de rechterlijke macht zelf, krijgt het historische citaat van Sandra Day O’Connor, de eerste vrouwelijke rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof, bijzondere overtuigingskracht: “Rechtbanken zouden niet de plaats moeten zijn waar de oplossing van geschillen begint; ze moeten enkel de plaats zijn waar die eindigen nadat alternatieve methoden voor het oplossen ervan zijn overwogen en uitgeprobeerd.”